Menu

Tenniselleboog of tennisarm

Tenniselleboog | Tennisarm

De tenniselleboog, epicondylitis lateralis, komt niet alleen bij tennissers voor. Het wordt een tennisarm of tenniselleboog genoemd omdat het vanwege de backhandbeweging bij tennis zodanig spanning op de spieren en pezen van de elleboog brengt dat er klachten aan de polsstrekkers (polsextensoren) kunnen ontstaan. Er zijn verschillende andere herhalende bewegingen, zoals schilderen, zagen of computerwerk, waarbij een tenniselleboog kan ontstaan.

Een tenniselleboog geeft pijn bij de buitenste botknobbel van de elleboog,  dit wordt de laterale epicondyl genoemd. Op deze laterale epicondyl hechten de spieren, die de strekbeweging van de pols kunnen maken, met een enkele pees (extensorpees) aan. Deze pees verbindt de spieren met het bot. Als de hand achterover beweegt of een grijpbeweging maakt trekken de polsstrekkers samen. Hierdoor trekken de spieren aan de extensorpees. De trekkrachten op deze pezen kunnen toenemen als er bewegingen als een ‘backhand’ bij tennis of soortgelijke bewegingen gemaakt worden.

Oorzaken tenniselleboog

Overbelasting van de spieren en pezen van de onderarm en elleboog is de belangrijkste oorzaak voor het krijgen van een tenniselleboog. Deze overbelasting kan veroorzaakt worden door steeds herhalende bewegingen. Als er sprake is van een acuut letsel reageert het lichaam met een ontstekingsreactie.

tenniselleboog, tennisarm

 

 

 

 

 

Symptomen

Bij een tenniselleboog is er met name gevoeligheid en pijn aanwezig die over het algemeen begint bij de buitenste botknobbel. Dit gebied kan pijnlijk zijn als hierop gedrukt wordt. Er kan een uitstralende pijn naar de onderarm aanwezig zijn die tot aan de middel- en ringvinger voelbaar kan zijn. De spieren van de onderarm kunnen strak en pijnlijk aanvoelen. De pijn neemt toe als de pols achterover buigt/of sterkt. Verder kan de pijn toenemen bij het naar boven draaien van de handpalm of met een gestrekte elleboog een voorwerp vasthouden.

Hoe vaak komt een tenniselleboog voor?

Een tennisarm komt voor bij 1-3% van de volwassenen.

Diagnose 

Naast het vraaggesprek over de pijn, het ontstaan van de klachten en de activiteiten waarbij de klachten tot uiting komen is het lichamelijk onderzoek het meest waardevol voor het stellen van de diagnose van de tenniselleboog. Door middel van rek- en weerstandstesten kan er gekeken worden wanneer de pijn rond de elleboog optreedt. Echografie of MRI kan de diagnose uit het lichamelijk onderzoek ondersteunen. Hierop zijn wekedelen weefsels te beoordelen en kan er bekeken worden of er sprake is van een ontsteking of van slijtage van het weefsel. In sommige gevallen worden er röntgenfoto’s gemaakt om eventuele kalkafzetting op de laterale epicondyl zichtbaar te maken. De röntgenfoto’s worden met name gemaakt om eventuele andere oorzaken van de klachten rondom de elleboog uit te sluiten.

Behandeling 

Er zijn verschillende behandelmogelijkheden voor de tenniselleboog bekend. Een tenniselleboog gaat bij het stoppen van de (over)belasting (of het nemen van rust) na verloop van tijd over het algemeen spontaan over. Hierbij kan de hersteltijd variëren van een aantal weken tot een jaar.

Er worden verschillende vormen van therapie geadviseerd om het klachtenpatroon van de tenniselleboog te doorbreken;

  1. Als er sprake is van een ontsteking kan er op advies van de arts ontstekingsremmende medicatie als bijvoorbeeld ibuprofen, diclofenac of naproxen gebruikt worden.
  2. De fysiotherapeut kan door middel van mobilisatie of manipulatietechnieken de beweeglijkheid van de tenniselleboog verbeteren. Daarnaast zijn er verschillende vormen van fysiotherapie om de tenniselleboog plaatselijk te behandelen. Het revalidatieproces kan ondersteund worden door middel van oefentherapie en aanwijzingen met betrekking tot de activiteiten en rust kunnen zinvol zijn.
  3. Het gebruik van een bandje /brace om de elleboog die druk op de geïrriteerde plek uitoefent is bekend bij de tenniselleboog. Een dergelijke brace kan door de druk weg te nemen het geïrriteerde gebied ontlasten. Draag deze in overleg met uw arts.
  4. In sommige gevallen wordt in het aangedane gebied met een naald geprikt (percutane release). Door met een naald in het geïrriteerde gebied te prikken kan het (litteken)weefsel verstoord worden en gaat de pees opnieuw bloeden. Deze reactie met bloeding kan bijdragen aan het genezingsproces. Het blijkt dat bij ongeveer 70% het herstel van de blessure bevorderd wordt. Na de behandeling mag de elleboog volledig belast worden, alleen zware werkzaamheden worden 1 week afgeraden. Deze behandeling wordt op de polikliniek uitgevoerd door uw arts. Het herstel neemt ongeveer 8 tot 16 weken in beslag.
  5. Als na 6-12 maanden rust en bovenstaande therapieën/behandelingen de klachten niet over zijn, is een operatie te overwegen. Een mogelijkheid is de verbinding tussen de spier naar de pijnlijke peesaanhechting los te maken.

Veelgestelde vragen

Kan ik (blijven) sporten/werken met een tenniselleboog?

Dat kan, maar wij adviseren om te belasten op geleide van pijnklachten en niet door de pijngrens heen te gaan. 

Wat als conservatieve behandeling niet helpt? 

Een operatie is zeker geen eerste keus, maar als na 6-12 maanden rust en therapieën/behandelingen de klachten niet over zijn, is een operatie te overwegen. Een mogelijkheid is de verbinding tussen de spier naar de pijnlijke peesaanhechting los te maken. De spieren kunnen zoals eerder gebruikt worden, maar er wordt geen pijnlijke spanning meer overgebracht op de elleboog. De keuze tussen de verschillende technieken wordt door de orthopeed met u besproken.

Wat voor pijnstilling kan ik nemen? 

Paracetamol in combinatie met een onstekingsremmer in de vorm van Ibuprofen, Diclofenac of Naproxen. Doe dit altijd in overleg met een arts.

 

rating logo

Onze patiënten beoordelen ons gemiddeld met een:

Wij werken samen met:

Annatommie mc