Menu

Artroscopische enkelartrodese

Enkel artrodese slijtage artroseBij Annatommie mc kunt u terecht voor een artroscopische enkelartrodese operatie. Als er sprake is van ernstige invaliderende gewrichtsslijtage van de enkel (artrose) en veel pijn en bewegingsbeperking, dan kan uw orthopedisch chirurg het bovenste spronggewricht vastzetten. Dit is de zogenaamde enkelartrodese operatie. Of u in aanmerking komt voor het vastzetten voor het bovenste spronggewricht hangt o.a. af van uw leeftijd, activiteitsniveau, de stand van uw enkel en de oorzaak van de gewrichtsslijtage. Hier vindt u informatie over deze operatie.

De operatie

Bij de operatie maakt de orthopedisch chirurg twee kleine sneetjes aan de voorzijde van de enkel waardoor de camera en instrumenten worden ingebracht. Met die instrumenten wordt het overgebleven kraakbeen verwijderd en het bot opgeruwd. Hierna wordt door een derde snee aan de binnenzijde van de enkel een tweetal schroeven geplaatst om het gewricht stabiel vast te zetten. Door deze minimaal invasieve techniek heeft u beduidend minder pijn na de operatie, in vergelijking met de open procedure voor het vastzetten van de enkel. Helaas is niet iedere enkel geschikt voor een artroscopische artrodese, waardoor er soms over moet worden gegaan op een open techniek.

Voor de operatie

Voorbereidingen voor de operatie

  • Haal vóór uw ziekenhuisopname een rolstoel met beenlade en elleboogkrukken. Het is belangrijk dat u de krukken bij opname in het ziekenhuis meebrengt. U kunt deze o.a. lenen bij thuiszorgwinkels. Het kan prettig zijn om een douchestoel en douchezak in huis te hebben.
  • Regel hulp bij thuiskomst van familie of vrienden. U bent de eerste zes weken na de operatie namelijk sterk verminderd mobiel omdat u niet mag belasten. Mocht u persoonlijke of huishoudelijke hulp willen hebben, dan is het verstandig dit van tevoren te regelen. In sommige gevallen kunt u met de huisarts overleggen of een tijdelijk verblijf in een zorghotel een optie voor u is.
  • U bent na de operatie niet in staat zelf auto te rijden. Regel dus vooraf vervoer naar huis.
  • U heeft tijdens uw preoperatief consult overlegd met de anesthesieassistent over de inname van medicijnen vóór de operatie.
  • Wij verzoeken u het gedeelte van het lichaam waar u wordt geopereerd niet meer te scheren of te ontharen. Nagellak dient verwijderd te zijn. Dit vermindert het risico op een infectie. Als de chirurg scheren noodzakelijk acht, gebeurt dit op de operatiekamer.
  • Het is prettig een douchezak te regelen om het verband droog te kunnen houden tijdens het douchen. Eventueel kan een douchekruk ook zinnig zijn. Soms kan een tijdelijk verhoogd toilet prettig zijn.

De dag van de operatie

U meldt zich op de dag van de operatie nuchter op het afgesproken tijdstip bij de receptie van Annatommie mc. Eventuele medicatie kan volgens de afspraken die zijn gemaakt tijdens de preoperatieve screening, worden ingenomen met een slokje water.

Nadat u zich gemeld heeft bij de receptie kunt u plaatsnemen in ons atrium. Een medewerker brengt u naar de operatiekamer, alwaar u voorbereid wordt op de operatie. De opnametijd is niet altijd de operatietijd. Voor de operatie wordt het te opereren gebied gemarkeerd met een pijl, die met viltstift op uw lichaam wordt gezet.

Tijdens uw preoperatief consult en op de dag van de operatie heeft u overleg met de anesthesieassistent en anesthesist over welke anesthesietechniek bij u zal worden toegepast. Een artrodese van de enkel wordt meestal onder algehele narcose of met een ruggenprik uitgevoerd, soms in combinatie met een onderbeenblokkade.

Tijdens de periode dat u opgenomen bent in het ziekenhuis krijgt u één keer per dag een spuitje (Fraxiparine) om trombose te voorkomen. Tot zes weken na de operatie spuit u thuis ook dagelijks deze injectie. Ook krijgt u vlak voor de operatie antibiotica om de kans op infecties te verminderen.

Na de operatie

Direct na de operatie

Na de operatie verblijft u op de verkoever (uitslaapkamer). Direct na de operatie wordt er een gips of drukverband met walker aangelegd. Dit gips of verband blijft tot het eerste polikliniek bezoek zitten. U mag de walker niet afdoen en deze moet dag en nacht aan blijven.

Ontslag

De dag van operatie of de ochtend na de ingreep mag u naar huis.

Weer thuis

Het drukverband moet blijven zitten tot het eerste polikliniek bezoek en de walker boot moet u 24 uur per dag aan houden. U mag het geopereerde been na de operatie in het geheel niet belasten. Ook mag u het been niet nat maken. Een douchezak om het been droog te houden is een goede optie. Voor uw veiligheid is het beter om zittend te douchen. U kunt hiervoor een douchestoel of douchekruk lenen bij de thuiszorgwinkel.

Tot zes weken na de operatie moet u één keer per dag een spuitje (Fraxiparine) toedienen om trombose te voorkomen. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. De recepten voor de medicijnen krijgt u tijdens uw opname in de kliniek

Poliklinische controle

Ongeveer twee weken na de ingreep komt u voor het beoordelen van de wond en het eventuele verwijderen van de hechtingen op de polikliniek van Annatommie mc. Na zes weken komt u voor controle bij de orthopeed, waarbij er een röntgenfoto wordt gemaakt om de mate van vastgroeien te beoordelen. Na zes weken mag u meestal beginnen met belasten. Dan draagt u de walker nog zes weken, waarbij het been wel belast mag worden in de walker. Totaal draagt u dus twaalf weken de walker, waarbij de eerste twee weken soms een gips wordt gegeven in plaats van de walker, totaal zes weken niet belasten en erna zes weken wel belasten.

Adviezen en leefregels

In de eerste twee weken na de operatie is het van belang om de voet zoveel mogelijk hoog te houden ter preventie van zwelling en pijn. U mobiliseert met twee elleboogkrukken of met de rolstoel met beenlade. Het moment waarop u weer aan het werk kunt, is afhankelijk van de behandeling en het soort werk dat u verricht. In het algemeen kan aangehouden worden dat werkhervatting voor zittend werk mogelijk is twee tot drie maanden na de operatie. Voor zwaarder werk waarbij u veel moet lopen, is het raadzaam de hervatting uit te stellen tot de poliklinische controle waar u met uw orthopedisch chirurg overlegt wanneer het werk hervat kan worden.

Wanneer de botverbindingen volledig genezen zijn kan een aanpassing in uw schoen (om het afrollen van de voet makkelijker te maken) helpen om het lopen te versoepelen. Deze discrete aanpassing is lang niet altijd noodzakelijk. Met autorijden mag u beginnen als de walker na twaalf weken af is, u geen krukken meer gebruikt en als u de auto veilig kunt besturen i.v.m. verzekeringstechnische bepalingen. U moet weer goed en volledig belast kunnen lopen alvorens u achter het stuur mag zitten. In het algemeen kunt u aanhouden dat autorijden weer mogelijk is na ongeveer vier maanden na de operatie. Meestal is sporten weer mogelijk vanaf ongeveer zes tot twaalf maanden na de operatie en is afhankelijk van de soort sport. Hierbij zult u echter rekening moeten houden met mogelijke beperkingen doordat het enkelgewricht niet meer beweeglijk is.

Complicaties

Een artrodese van de enkel is bij de meeste patiënten succesvol. Desondanks zitten er ook risico’s aan de behandeling en kunnen er complicaties optreden. Algemene risico’s zijn onder andere de kans op een infectie, nabloeding of trombosebeen. Specifieke risico’s bij het vastzetten van de enkel zijn:

  • Een enkele keer groeien de botten niet goed aan elkaar vast en moet de enkel opnieuw geopereerd worden, waarbij u ook opnieuw door hetzelfde revalidatie traject heen zal moeten gaan. De kans hierop is groter bij mensen die roken of suikerziekte of vaatafwijkingen hebben. Hierdoor kan het zijn dat uw orthopedisch chirurg er voor kiest u iets voorzichter na te behandelen.
  • Over- of ondercorrectie van de stand wanneer de enkel wordt vastgezet. Dit hoeft op zich niet meteen te leiden tot problemen, maar kan mogelijk het afwikkelen van de voet na de operatie beïnvloeden of het vinden van de juiste schoenen bemoeilijken. De artroscopische artrodese wordt uitgevoerd bij een relatief normale stand van de enkel. Deze complicatie komt dus weinig voor.
  • Door de operatie kan een huidzenuwtje gekneusd worden of verkleefd raken in het litteken. Er ontstaat dan een tintelend gevoel van de huid of juist een gevoelloos plekje op een deel van de voet. Dit kan zich doorgaans in de loop van de tijd herstellen, tot zelfs één jaar na de operatie. Soms is dit van blijvende aard.
  • Een dystrofiebeeld is een ziektebeeld dat kan ontstaan na een operatie. Indien een dystrofiebeeld (zogenaamd CRPS) ontstaat is sprake van heftige extreme pijn, bijvoorbeeld al bij aanraking van de huid. Gelukkig komt deze complicatie heel weinig voor.
  • Wanneer de enkel is vastgezet is er een klein risico dat in de toekomst een toename van slijtage in de overige gewrichten van de voet ontstaat. Dit komt doordat deze gewrichten meer belast worden.

Onze patiënten beoordelen ons gemiddeld met een:

rating logo

Orthopedisch chirurgen gespecialiseerd in Artroscopische enkelartrodese

Wij werken samen met:

Annatommie mc