Menu

Kijkoperatie van de knie (arthrosocopie van de knie)

Als u een aandoening in uw knie heeft, kan de orthopedisch chirurg een artroscopie adviseren. Dit heet ook wel een ‘kijkoperatie’. Deze naam klopt niet helemaal, want het doel van de artroscopie is niet alleen om in een gewricht te kijken, maar ook om de klachten zo mogelijk direct te verhelpen.

De knie

De knie is een scharniergewricht. Hij bestaat uit twee botdelen: het scheenbeen en het dijbeen. De botuiteinden zijn bedekt met een laagje kraakbeen. Deze laag is elastisch en vangt schokken en stoten op, zodat de knie soepel beweegt.
Tussen de botuiteinden zit de meniscus als een soort stootkussen. In het kniegewricht bevinden zich de voorste en achterste kruisband. Deze kruisbanden zorgen ervoor dat de botten van het dij- en scheenbeen niet teveel verschuiven ten opzichte van elkaar.

Wanneer een kijkoperatie?

  • Behandeling van een scheur in de meniscus ( gescheurde deel weghalen of hechten).
  • Een complexe scheur of scheur in slecht doorbloed gebied, kan het best worden verwijderd (dit heet meniscectomie).
  • Als de scheur in het beter doorbloede gedeelte van de meniscus ligt, kan de meniscus soms gehecht worden,(zie verdere informatie).
  • Weghalen van een corpus liberum (los stukje kraakbeen of bot in de knie).
  • Kraakbeenschade behandeling in de knie na een trauma (Micro fracture).
  • Arthritis (ontsteking) van de knie (spoelen van de knie en afnemen van een kweek).

Wanneer tijdens de operatie blijkt dat er sprake is van een volledige voorste kruisband ruptuur, vindt de reconstructie van de voorste kruisband plaats in een tweede operatie.

De kijkoperatie

De ingreep duurt ongeveer een half uur. De orthopedisch chirurg maakt aan de voorzijde van de knie twee of drie sneetjes. Vervolgens brengt de hij de artroscoop in de knie: een dunne kijker met een daarop aangesloten lichtkabel. De artroscoop wordt ook aangesloten op een videocamera en een beeldscherm. Via een aparte aan- en afvoeropening in de knie wordt het gewricht voortdurend gespoeld met een zoutwateroplossing. De orthopedisch chirurg brengt tijdens de operatie zo nodig een tangetje of schaartje in het gewricht voor de behandeling. Na de ingreep worden de operatiesneetjes gehecht of afgedekt. Tevens wordt er een drukverband aangelegd om de knie. Als de aandoening niet via de artroscopie te behandelen is, kan de orthopedisch chirurg tijdens de operatie besluiten om een grotere snee in de knie te maken. De nabehandeling kan dan langer duren.

Na een eenvoudige artroscopische ingreep kunt u dezelfde dag naar huis. Soms hebt u een pijnstiller nodig, paracetamol is dan vaak voldoende, eventueel in combinatie met Naproxen. Deze pijnmedicatie krijgt u van de verpleging mee naar huis. U mag de knie buigen en u mag lopen, maar met mate. De eerste twee tot drie dagen kunt u beter geen lange wandelingen maken. Krukken zijn alleen buiten nodig en op voorschrift van de orthopedisch chirurg.
Als uw meniscus gehecht is. mag u de eerste zes weken de knie niet verder buigen dan 90 graden. En mag u niet lopen zonder de twee krukken. Ditzelfde geldt voor een kraakbeen behandeling.  Het verband kan na twee dagen worden verwijderd, waarna u ook mag douchen. Als het verband erg vast zit, kunt u het losweken met water. Daarna mag u de wondjes droogdeppen. Een week na de operatie kunt u zelf de pleisters verwijderen. Na genezing zijn de huidwondjes vaak nog dik. Dit komt doordat het onderliggende gewrichtskapsel ook geopend is geweest en dat heeft iets meer tijd nodig om te genezen. Deze zwelling rond de littekens blijft soms drie tot vier weken aanwezig. De poliklinische controle vindt plaats twee weken na de ingreep. Als het nodig is, krijgt u een verwijzing voor fysiotherapie mee. Vaak is zelf oefenen voldoende.

Bewegingsadvies

Direct na de operatie mag u het geopereerde been weer belasten. Doe rustig aan, loop op geleide van uw klachten.

Bij een dikke knie: rusten, gebruik eventueel ijspakkingen. Afhankelijk van de pijn en zwelling van de knie kan het verstandig zijn de knie te ontlasten en enige dagen met krukken te lopen. Na ongeveer vier dagen mag u weer fietsen, afhankelijk van uw klachten. Fietsen is de beste oefening na een knieoperatie . Begin bij voorkeur met kleine afstanden, met een laag verzet. Werken mag als de knie niet dik of pijnlijk is en wanneer u dit zelf verantwoordelijk vindt. Ter voorkoming van trombose: trek uw tenen en voet regelmatig richting uw hoofd op en strek de voet vervolgens weer. Herhaal deze oefening tien keer, meerdere malen per dag. Als vuistregel kunt u aanhouden dat u mag autorijden als u weer kunt traplopen.

Bij een artroscopie treden zelden complicaties op. In een enkel geval kan er sprake zijn van langdurige en forse zwelling, bloeding in de knie of gewrichtsontsteking. Hoogst zelden ontstaat een trombosebeen: er is dan een bloedstolsel gevormd dat een ader in het been verstopt. Om dit laatste te voorkomen is het belangrijk, om overdag, elk uur tien minuten te lopen.

Wanneer moet u met de behandelend arts contact opnemen?

Neem contact op met uw behandelend arts als:

  • de hele knie dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
  • u niet meer op het been kunt staan, terwijl dit eerder goed mogelijk was;
  • bij koorts > 38,5 ºC;
  • bij een dik, warm, rood en pijnlijke kuit (tekenen trombosebeen).

Kraakbeenbehandeling van de knie (Microfracture)

Het bot wordt bedekt met kraakbeen. Kraakbeen heeft een glad en veerkrachtig oppervlak en vormt een de glijlaag van het kniegewricht. Kraakbeen is weefsel dat moeilijk herstelt. Dit komt doordat er geen bloedvaten of zenuwen in het kraakbeen zitten. Hierdoor kan het kraakbeen ook geen pijn registreren. De pijn die optreedt na kraakbeenschade, komt niet direct van het kraakbeen, maar via de geïrriteerde structuren rondom het kraakbeen. Beschadiging van kraakbeen kan op een aantal manieren ontstaan. Meestal wordt het door een (sport)letsel veroorzaakt. Een verwijderde meniscus of een gescheurde voorste kruisband kan op termijn leiden tot een kraakbeenbeschadiging en tot ontstekingen in de knie.

Kraakbeenbeschadiging

Een kraakbeenbeschadiging kan worden verdeeld in vier gradaties:

  • Graad 1: Het kraakbeen heeft een zachte plek.
  • Graad 2: Kleine scheurtjes in het oppervlak van het kraakbeen.
  • Graad 3: De scheurtjes hebben diepere groeven en losse stukken.
  • Graad 4: Het kraakbeen is geheel kapot, tot op het kale bot van de onderlaag.

Operatieve behandeling

Sinds tientallen jaren worden er al operaties verricht voor kraakbeenschade in de knie. Meestal wordt het ruwe beschadigde kraakbeen ontdaan van haar losse flarden en glad gemaakt met een shaver.

Microfracture of opboren

Met deze arthroscopische operatie wordt het onderliggende bot, waarvan het kraakbeen ernstig is beschadigd, behandeld zodat vanuit het bot nieuw littekenkraakbeen kan ontwikkelen. Met de microfracture-procedure (mini-breukjes), worden met een lang en dun dreveltje en een hamer mini-breukjes in het bot gemaakt. Hierdoor ontstaat er een bloedend botoppervlak van waaruit het nieuwe littekenkraakbeen zich vormt. We moeten dit kraakbeen als een poging van het lichaam zien om het normale te vervangen. De mechanisch eigenschappen zijn echter niet zo goed als het normale kraakbeen. Het littekenkraakbeen kan echter vele jaren goede diensten in het gewricht doen. Behalve met de microfracture-methode kan het bot, in plaats van met een dreveltje, ook met dunne boortjes van ongeveer 2 mm opgeboord worden. Hierdoor ontstaat er een soort vergiet van het onderliggende bot, van waaruit het littekenkraakbeen wordt gevoed. Het bot is overigens nog stevig genoeg om de normale belasting op te vangen en herstelt weer volledig.

Bewegingsadvies

Het totale herstel na deze operatie duurt minimaal 3 tot 6 maanden. Krukken moeten zeker de eerste zes tot acht weken worden gebruikt, waarbij de knie niet volledig belast mag worden. Volledige belasting duurt zeker 4-6 maanden. Zwemmen en fietsen is een goede training. U krijgt een verwijzing voor uw fysiotherapeut mee en een behandelingsprotocol. In de vroege beschermfase (week 0-6) ligt de nadruk op de bescherming van het herstelweefsel en de terugkeer van homeostase in het gewricht. In deze fase zijn de toegestane belasting en het bewegingsbereik beperkt, afhankelijk van de locatie van het kraakbeenherstel. In de overgangsfase (week 6-12) ligt de nadruk op het volledig herstellen van het bewegingsbereik en begint de opbouw van spierkracht. In de opbouwfase (week 12-26) ligt de nadruk op het vergroten van de spierkracht en het uithoudingsvermogen en wordt een begin gemaakt met de hervatting van activiteiten. In de volgrooiingsfase (week 26-52) wordt gewerkt aan het volledig en onbeperkt hervatten van activiteiten.

Onze patiënten beoordelen ons gemiddeld met een:

rating logo

Orthopedisch chirurgen gespecialiseerd in de Kijkoperatie van de knie (arthrosocopie van de knie)

Wij werken samen met:

Annatommie mc